De opvolgingsrapportering geeft een stand van zaken van de uitvoering van het meerjarenplan.
Minstens voor het einde van het derde kwartaal wordt een opvolgingsrapportering over het eerste semester van het boekjaar aan de gemeenteraad en aan de raad voor maatschappelijk welzijn voorgelegd.
De opvolgingsrapportering bevat minstens al de volgende elementen:
1° een stand van zaken van de prioritaire acties of actieplannen van het meerjarenplan;
2° een overzicht van de geraamde en de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven voor het lopende jaar;
3° in voorkomend geval, de wijzigingen in de assumpties die gekozen werden bij de opmaak van het meerjarenplan of de aanpassing ervan;
4° in voorkomend geval, de wijzigingen in de financiële risico's.
De rapportering bevat tevens de uit 2020 overgedragen transactiekredieten voor de investeringen en de bijbehorende financiering.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 263.
Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen, artikel 29.
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen, artikel 5.
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de opvolgingsrapportering over het 1ste semester van 2021 van het meerjarenplan 2020-2025.
De financieel directeur rapporteert in volle onafhankelijkheid aan de gemeenteraad, aan de raad voor maatschappelijk welzijn, aan het college van burgemeester en schepenen en aan het vast bureau over de volgende aangelegenheden:
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 177.
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de financiële rapportage over de eerste twee kwartalen van 2021 in bijlage.
De algemeen directeur rapporteert jaarlijks over het organisatiebeheersingssysteem aan het college van burgemeester en schepenen, de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau door bespreking van de verbeteractiefiche (als bijlage).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 217 tot en met 220 over organisatiebeheersing.
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 28 november 2019, over de goedkeuring van een algemeen kader voor organisatiebeheersing.
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van het verslag van de algemeen directeur over organisatiebeheersing.
Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn organiseert bij reglement een systeem van klachtenbehandeling (artikel 302 van het decreet lokaal bestuur).
In zitting van 26 mei 2011 keurde de gemeenteraad een reglement op de klachtenbehandeling goed.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurde een reglement 'meldpunt OCMW' goed in zitting van 29 juni 2009.
Gezien de nauwe samenwerking tussen gemeente en OCMW is het wenselijk om één reglement voor klachtenbehandeling op te stellen voor zowel gemeente als OCMW.
Een eenvormig klachtenreglement is duidelijker voor de burger en ook voor de twee organisaties.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 78, tweede lid, 3° over de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn, en artikels 302 en 303 over klachtenbehandeling.
De beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 29 juni 2009 over de goedkeuring van het reglement 'meldpunt OCMW'.
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist om het reglement 'meldpunt OCMW', goedgekeurd in zitting van 29 juni 2009, op te heffen.
Het reglement op de klachtenbehandeling wordt vastgesteld als volgt:
REGLEMENT OP DE KLACHTENBEHANDELING – GEMEENTE EN OCMW
Artikel 1 – definitie van een klacht
Voor de toepassing van dit reglement wordt als klacht beschouwd: een manifeste schriftelijke uiting (brief, email, webformulier, …) waarbij een ontevreden burger (natuurlijk persoon of rechtspersoon) bij de lokale overheid (gemeente of OCMW) klaagt over een door de gemeente of het OCMW al dan niet verrichte handeling of prestatie.
Een klacht kan betrekking hebben op:
Een handeling of prestatie kan zowel betrekking hebben op:
Dit reglement is niet van toepassing op:
Artikel 2 – indienen van een klacht
Een klacht wordt schriftelijk ingediend:
De klacht omvat minimaal:
Artikel 3 – Klachtencoördinator en klachtenbehandelaar
De klachtencoördinator:
De klachtenbehandelaar onderzoekt de klacht inhoudelijk, beoordeelt de klacht en formuleert een voorstel tot oplossing. Als klachtenbehandelaar treedt op:
De klachtencoördinator en klachtenbehandelaar behandelen elke klacht neutraal.
Artikel 4 – Procedure klachtenbehandeling
Ontvangst en registratie van de klacht
Alle ingediende klachten worden bezorgd aan de klachtencoördinator.
Hij/zij onderzoekt de ontvankelijkheid van de klacht:
Na registratie bezorgt de klachtencoördinator een ontvangstmelding aan de klager, uiterlijk 5 werkdagen na ontvangst van de klacht. Daarin worden de behandelingstermijn en de contactgegevens van de klachtenbehandelaar vermeld.
De klachtencoördinator maakt de klacht over aan de klachtenbehandelaar.
Behandeling van de klacht
De klachtenbehandelaar onderzoekt de gegrondheid van de klacht. Hij/zij verzamelt hiervoor de nodige informatie bij de betrokken dienst en bij de indiener van de klacht. Hij/zij kan een dwingende termijn opleggen aan de betrokkenen voor het beantwoorden van de vragen.
De klachtenbehandelaar maakt een gemotiveerd verslag op met de bevindingen van het onderzoek, een antwoord op de geformuleerde klachten en een voorstel tot oplossing. Hij/zij bezorgt dit verslag en een ontwerp van antwoordbrief per email aan de klachtencoördinator binnen de tien werkdagen na registratie van de klacht.
De klachtencoördinator bezorgt het antwoord op de klacht, na samenspraak met de algemeen directeur of het managementteam, binnen de 20 werkdagen na registratie van de klacht aan de indiener van de klacht.
Een kopie van dit antwoord wordt bezorgd aan de klachtenbehandelaar en het college van burgemeester en schepenen of het vast bureau.
Indien het niet mogelijk is om de behandelingstermijn van 20 werkdagen te respecteren, brengt de klachtencoördinator de klager daarvan schriftelijk op de hoogte (brief of email) met vermelding van de reden en van de termijn waarbinnen het antwoord bezorgd zal worden.
Artikel 5 – Rapportage
Van de behandelde en nog openstaande klachten wordt jaarlijks een verslag opgesteld dat besproken wordt in het managementteam en overgemaakt wordt aan het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau.
Jaarlijks wordt een verslag opgemaakt dat aan de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn wordt gerapporteerd.
Personen tussen 18 en 65 jaar en voor wie betaalde beroepsarbeid, met of zonder ondersteuning, op middellange termijn niet, nog niet of niet meer mogelijk is door één of meer belemmeringen van medische, mentale, psychische, psychiatrische of sociale aard (MMPPS) komen in aanmerking om deel te nemen aan arbeidsmatige activiteiten (AMA), als ze behoren tot een van de volgende categorieën:
De deelnemer arbeidsmatige activiteiten verricht onbezoldigd arbeidsmatige activiteiten bij een werkpost. De arbeidsmatige activiteiten worden verricht onder begeleiding van een erkende begeleider arbeidsmatige activiteiten. Het doel van het aanbod van arbeidsmatige activiteiten is:
Er wordt voorgesteld om een forfaitaire onkostenvergoeding van € 1 per begonnen uur arbeidsmatige activiteiten welzijn aan de cliënt in een AMA-traject welzijn toe te kennen onder de vorm van een aanmoedigingspremie o.b.v. art. 1 van de organieke wet van 8 juli 1976.
Decreet van 25 april 2014 houdende de werk- en zorgtrajecten
Besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 25 april 2014 houdende de werk- en zorgtrajecten, wat betreft de activeringstrajecten en de arbeidsmatige activiteiten
Besluit van de secretaris-generaal van het departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van de Vlaamse Regering tot erkenning als begeleider arbeidsmatige activiteiten vanaf 1 oktober 2021
De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord met een forfaitaire onkostenvergoeding van € 1 per begonnen uur voor cliënten in een AMA-traject welzijn. Deze toekenning zal gebeuren onder de vorm van een aanmoedigingspremie op basis van art. 1 van de Organieke Wet van 8 juli 1976.
Tegen 1 januari 2023 moeten sociale huisvestingsmaatschappijen (SHM’s) en sociale verhuurkantoren (SVK’s) één woonactor vormen met maar één speler per gemeente: de woonmaatschappij.
Elke woonmaatschappij moet in een uniek, niet-overlappend werkingsgebied opereren. Om deze werkingsgebieden te bepalen, krijgen de lokale besturen een trekkersrol.
Ten laatste op 31 oktober 2021 moeten de lokale besturen een voorstel van werkingsgebied indienen. Dit voorstel moet in onderling overleg met andere lokale besturen zijn bereikt, besproken op het lokale woonoverleg en gedragen zijn door de gemeenteraad.
In het lokaal woonoverleg van 8 september 2021 werd het voorstel besproken om aan te sluiten bij de woonmaatschappij die in onze regio actief is.
Als bijlage:
De raad voor maatschappelijk welzijn moet hierover advies formuleren aan de gemeenteraad.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Het decreet inzake wijzigingen van diverse decreten met betrekking tot wonen, waarbij een regelgevend kader met betrekking tot de woonmaatschappijen wordt gecreëerd.
Brief van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed van 23 oktober 2020 aan alle burgemeesters om een voorstel van werkingsgebied in te dienen.
Aanvullende brief van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed van 17 maart 2021 waarin wordt gesteld dat met betrekking tot de woonmaatschappijen de Vlaamse Regering heeft beslist dat deze moeten vallen binnen of samenvallen met een referentieregio.
Het verslag van het lokaal woonoverleg van 8 september 2021.
De raad voor maatschappelijk welzijn geeft positief advies om lokaal bestuur Alveringem tot een werkingsgebied met volgende gemeenten te laten behoren: De Panne, Koksijde, Nieuwpoort, Diksmuide, Veurne, Houthulst, Koekelare, Kortemark en Lo-Reninge.
Namens raad voor maatschappelijk welzijn,
Wouter Accou
algemeen directeur
Gerard Liefooghe
burgemeester