Artikel 39 van het decreet lokaal bestuur stelt dat de gemeenteraad een deontologische code aanneemt en een deontologische commissie opricht.
Artikel 55 van het decreet lokaal bestuur stelt dat het college van burgemeester en schepenen dezelfde deontologische code heeft als die welke is aangenomen voor de gemeenteraad. Het college van burgemeester en schepenen kan echter zelf een deontologische code aannemen die minstens de deontologische code zoals aangenomen door de gemeenteraad omvat.
Deze deontologische code voor lokale mandatarissen omvat het geheel van beginselen, gedragsregels, richtlijnen en principes dat de lokale mandatarissen ondersteuning biedt bij de uitoefening van hun mandaat. De deontologische code biedt houvast en ondersteuning aan alle lokale mandatarissen op het gebied van integer handelen en bestuurlijke integriteit.
De deontologische code regelt ook de samenstelling, werking en bevoegdheid van de deontologische commissie.
Juridisch gezien zijn er minstens twee codes nodig: één voor de gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen en één voor de raad voor maatschappelijk welzijn, het vast bureau en het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Ook al worden gemeente en OCMW vanaf 2019 bestuurd door dezelfde mensen, toch blijven het twee afzonderlijke rechtspersonen waarbij de raden elk voor hun bestuur een code moeten vaststellen. De gemeenteraad kan hierbij geen vaststelling doen voor de raad voor maatschappelijk welzijn, en omgekeerd.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 39 en 55.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Beslissing van de gemeenteraad van 28 februari 2019 over de goedkeuring van de deontologische code, gewijzigd op 25 mei 2023.
Beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van heden over de hervaststelling van de deontologische code voor lokale mandatarissen.
De gemeenteraad keurt de deontologische code, toegevoegd als bijlage, goed.
De deontologische code als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit.
Deze beslissing heft alle voorgaande beslissingen omtrent het aannemen van een deontologische code op en treedt met onmiddellijke ingang in werking.
Artikel 39 van het decreet lokaal bestuur stelt dat de gemeenteraad een deontologische code aanneemt en een deontologische commissie opricht.
De deontologische code regelt ook de samenstelling, werking en bevoegdheid van de deontologische commissie.
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn richten elk een eigen deontologische commissie in: 1 voor de gemeenteraad en 1 voor de raad voor maatschappelijk welzijn. Deze commissie ziet er op toe dat de deontologische code nageleefd wordt door de lokale mandatarissen.
De deontologische commissie voor de gemeenteraad is bevoegd voor:
De deontologische commissie voor de raad voor maatschappelijk welzijn is bevoegd voor:
De samenstelling van de deontologische commissie van de gemeenteraad kan gelijkaardig of identiek zijn aan de samenstelling van de deontologische commissie van de raad voor maatschappelijk welzijn. Toch gaat het om 2 afzonderlijke commissies.
Voor het gemak van werken wordt voorgesteld om de samenstelling van beide deontologische commissies in Alveringem identiek te houden.
De deontologische commissie bestaat minstens uit één vertegenwoordiger per fractie in de gemeenteraad, aangevuld met de voorzitter van de gemeenteraad die toegevoegd wordt als voorzitter van de deontologische commissie.
De voorzitter van de commissie heeft geen stemrecht, behalve wanneer de commissie gelijk verdeeld is in haar oordeel. Dan heeft de voorzitter de doorslaggevende stem.
De algemeen directeur vervult de rol van secretaris van de deontologische commissie.
Aangezien er slechts twee fracties in de gemeenteraad zetelen, stelt de algemeen directeur voor om twee vertegenwoordigers per fractie af te vaardigen in de deontologische commissie. Dit is ook zo opgenomen in de deontologische code die in zitting van heden werd goedgekeurd.
Elke fractie wijst de mandaten in de commissie toe met een voordracht. Bij aanmelding van meer dan twee leden per fractie beslist de raad welke fractieleden zullen zetelen in de deontologische commissie.
Bij deze voordracht kan ook 1 (of meerdere) plaatsvervanger(s) aangeduid worden per mandaat, die het commissielid vervangt bij afwezigheid of wanneer die betrokken partij is. Commissieleden en hun vervangers zijn bij voorkeur leden van de fractie.
Worden voorgedragen als lid/plaatsvervanger van de deontologische commissie:
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen en latere wijzigingen.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikels 37 en 39.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Beslissing van de gemeenteraad 28 februari 2019 over de deontologische code, gewijzigd op 25 mei 2023.
Besluit van de gemeenteraad van heden over de hervaststelling van de deontologische code voor lokale mandatarissen.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van heden over de samenstelling van de deontologische commissie voor de raad voor maatschappelijk welzijn.
De deontologische commissie voor de gemeenteraad wordt identiek samengesteld als de deontologische commissie voor de raad voor maatschappelijk welzijn, met name als volgt:
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn richten elk hun eigen deontologische commissie in.
De deontologische commissie oefent bevoegdheden uit die zijn toegekend door de deontologische code voor lokale mandatarissen, zoals vastgesteld tijdens de gemeenteraadszitting van heden.
Als bijlage een huishoudelijk reglement voor de deontologische commissie, waarin de praktische afspraken over het functioneren van de commissie worden vastgelegd. Dit is van toepassing op beide deontologische commissies.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
De gemeenteraadsbeslissing van heden over de hervaststelling van de deontologische code voor lokale mandatarissen.
De gemeenteraad keurt het huishoudelijk reglement van de deontologische commissie, toegevoegd als bijlage, goed.
Het huishoudelijk reglement van de deontologische commissie als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit.
Gemeente en OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar stellen elk hun deel van het plan vast.
Deze meerjarenplanaanpassing 8 is een technische bijsturing van de kredieten van het lopende boekjaar (2025) om zo het beschikbaar budgettair resultaat van 2025 zo correct mogelijk te bepalen. Dit cijfer dient vervolgens als startbedrag voor het meerjarenplan 2026-2031.
Er zijn aanpassingen op de exploitatiebudgetten, investeringsbudgetten en de financieringsbudgetten ten opzichte van de vorige meerjarenplanaanpassing. De ramingen voor het jaar 2025 worden bijgestuurd.
De ramingen voor 2026 en 2027 worden niet geactualiseerd. De ramingen voor deze jaren worden correct gezet in het toekomstige meerjarenplan 2026-2031. Er mag in deze meerjarenplanaanpassing 8 dus enkel belang gehecht worden aan de kredieten van het lopende boekjaar 2025 en de daarop gebaseerde financiële toestand.
Na deze aanpassing is het meerjarenplan nog steeds financieel in evenwicht:
De meerjarenplanaanpassing omvat de strategische nota, de financiële nota en de toelichting.
De bijkomende documentatie bij het meerjarenplan kan worden geraadpleegd op www.alveringem.be/bestuur/beleidsdocumenten.
Het managementteam gaf positief advies aan het ontwerp 'meerjarenplanaanpassing 8 - 2020-2027' op 15.12.2025.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC).
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC).
Omzendbrief KBBJ/ABB 2020/3 van 18 september 2020.
De gemeenteraad stelt het deel van de gemeente van de aanpassing 8 van het meerjarenplan 2020-2027 en de aangepaste kredieten voor de boekjaren 2025, 2026 en 2027 vast.
De raad voor maatschappelijk welzijn en de gemeenteraad hebben elk hun deel van de aanpassing 8 van het meerjarenplan 2020-2027 en de gewijzigde kredieten voor de boekjaren 2025, 2026 en 2027 vastgesteld.
De voorgelegde meerjarenplanaanpassing is financieel in evenwicht:
Het meerjarenplan omvat de strategische nota, de financiële nota en de toelichting.
De bijkomende documentatie bij het meerjarenplan kan worden geraadpleegd op www.alveringem.be/bestuur/beleidsdocumenten.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC).
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC).
Omzendbrief KBBJ/ABB 2020/3 van 18 september 2020.
De gemeenteraad keurt het door de raad voor maatschappelijk welzijn vastgestelde deel van de meerjarenplanaanpassing goed, waardoor de aanpassing 8 van het meerjarenplan 2020-2027 definitief en in zijn geheel is vastgesteld met volgende saldi:
| 2025 | 2026 | 2027 | |
| Budgettair resultaat van het boekjaar | -1.804.396 | -3.078.102 | -1.677.800 |
| Gecumuleerd budgettair resultaat | 7.848.801 | 4.770.700 | 3.092.900 |
| Beschikbaar budgettair resultaat | 7.848.801 | 4.770.700 | 3.092.900 |
| Autofinancieringsmarge | 383.142 | 9.424 | 27.039 |
De dotaties van de gemeenten van de hulpverleningszone worden vastgelegd door de zoneraad op basis van een akkoord, bereikt tussen de verschillende betrokken gemeenteraden. De gemeenteraad keurde de verdeelsleutel 2026-2031 goed op zitting van 23 oktober 2025. De zonale begroting werd in de zoneraad van 2 oktober 2025 goedgekeurd en de verdeelsleutel 2026-2031 werd goedgekeurd in de zoneraad van 6 november 2025.
De hoogte van de gemeentelijke dotaties, die voortvloeit uit de goedkeuring van de zonale begroting, wordt ter kennisgeving geagendeerd op elke gemeenteraad van de gemeenten die deel uitmaken van de zone.
De dotatie 2026 voor Alveringem bedraagt € 169.946,96 als werkingstoelage en € 57.633,73 als investeringstoelage.
De bijhorende documentatiestukken werden toegevoegd als bijlage van dit agendapunt.
De gemeenteraadsbeslissing van 27 oktober 2014 over goedkeuring van de instap in de hulpverleningszone Westhoek (West-Vlaanderen 4) vanaf 1 januari 2015.
De wet van 15 mei 2007 over de civiele veiligheid, in het bijzonder artikel 68.
De bepaling in voormeld besluit dat de verdeelsleutel geëvalueerd werd in 2015 en dat, na onderhandelingen hierover binnen de zoneraad, een nieuwe verdeelsleutel werd opgesteld waarin een geleidelijke overgang over een periode van 10 jaar werd voorzien van een actuele bijdragevoet naar een toekomstige onderhandelde bijdragevoet, waarbij de actuele bijdragevoet eerst gecorrigeerd wordt op het vlak van meerkosten, die niet in de berekeningsbasis van de verdeelsleutel voor 2015 werden opgenomen, hetgeen door de overdragende gemeente buiten de verdeelsleutel aan de hulpverleningszone Westhoek dient betaald te worden.
De beslissing van de zoneraad van 3 september 2015 om bij de bepaling van de toekomstige gemeentelijke bijdragen een uitsplitsing te maken tussen enerzijds de ambulance- en anderzijds de brandweerwerking, waarbij de overgangsperiode van een gecorrigeerde naar een toekomstige onderhandelde bijdragevoet beperkt wordt tot 8 jaar.
De gemeenteraad neemt kennis van de gemeentelijke dotatie voor Alveringem aan de hulpverleningszone Westhoek voor 2026 van € 169.946,96 als werkingstoelage en € 57.633,73 als investeringstoelage.
Op 28.12.2023 keurde de gemeenteraad 'meerjarenplanaanpassing 6 - 2020-2026' goed. In deze meerjarenplanaanpassing werd onder andere het nodige krediet ingeschreven voor een toegestane lening aan Aquaduin voor een bedrag van € 1.753.899,96. Dit werd toegelicht tijdens betreffende raadszitting en kwam aan bod in de begeleidende powerpointpresentatie.
In de technische bemerkingen bij de jaarrekening 2024 geeft het agentschap Binnenlands Bestuur afdeling Lokale Financiën aan dat er voor elke leningsovereenkomst een aparte raadbeslissing nodig is en vraagt ze om deze toegestane lening alsnog expliciet goed te keuren.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 40 § 1 betreffende de volheid van bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het besluit van de gemeenteraad van 28.12.2023 betreffende 'Meerjarenplan 2020-2026 - aanpassing 6 - vaststelling deel gemeente'.
Het besluit van de gemeenteraad van 28.12.2023 betreffende 'Meerjarenplan 2020-2026 gemeente en OCMW - aanpassing 6 - goedkeuring'.
De gemeenteraad gaat akkoord met de toegestane lening aan Aquaduin voor een bedrag van € 1.753.899,96 (boekjaar 2023).
Het nodige krediet werd voorzien in 'meerjarenplanaanpassing 6 - 2020-2026' zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 28.12.2023.
Het lokaal bestuur Alveringem is voor de watervoorziening aangesloten bij Aquaduin.
Als bijlage van dit agendapunt werd het aangetekend schrijven van 15 oktober 2025 van Aquaduin met uitnodiging tot de buitengewone algemene vergadering van donderdag 11 december 2025 om 19.15 u. in het gemeentehuis van Alveringem (Sint-Rijkersstraat 19) toegevoegd.
Op de agenda van de bijzondere algemene vergadering staan volgende punten:
Goedkeuring verslag AV 21 mei 2025;
2026: activiteiten en strategie;
2026: begroting;
Vervanging van de heer Koen Coupillie (Diksmuide) door de heer Martin Obin als stemgerechtigd lid van de raad van bestuur;
Vervanging van mevrouw Neyts (Nieuwpoort) en mevrouw Note (Veurne) als stemgerechtigde leden van de raad van bestuur;
Aanstelling 3 leden van de raad van bestuur met raadgevende stem voor de gemeenten Alveringem, Koksijde en Veurne.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad, goedgekeurd in zitting van heden.
De statuten van Aquaduin.
De beslissing van de gemeenteraad van 23 januari 2025 over de aanstelling van Karolien Avonture en Frank Boussemaere als vertegenwoordigers, op de (buitengewone) algemene vergaderingen van Aquaduin tot en met 31 december 2030.
De gemeenteraad bekrachtigt de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 8 december 2025:
Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de agenda en beslist bij hoogdringendheid elk punt goed te keuren op de agenda van de buitengewone algemene vergadering van donderdag 11 december 2025 om 19.15 u. in het gemeentehuis van Alveringem.
Het college van burgemeester en schepenen beslist om vertegenwoordigers, Karolien Avonture en Frank Boussemaere, te mandateren om de agendapunten goed te keuren.
De gemeenteraad beslist om het stemmenaantal, waarover het gemeentebestuur van Alveringem binnen de buitengewone algemene vergadering van Aquaduin beschikt, te verdelen over het aantal effectief op de buitengewone algemene vergadering van 11 december 2025 aanwezige vertegenwoordigers van het gemeentebestuur.
Mevrouw Leen Wareyn wordt aangesteld als raadgevend lid in de Raad van Bestuur van Aquaduin tot einde legislatuur.
Een afschrift van dit besluit bezorgen aan info@aquaduin.be.
Op woensdag 17 december 2025 om 17.45 u. vindt in het Streekhuis Westhoek de bijzondere algemene vergadering van de DVV Westhoek plaats. Deze sluit aan op de buitengewone algemene vergadering waarvoor de agenda werd goedgekeurd door de gemeenteraad op zitting van 25 september 2025.
De bijhorende stukken werden op het documentenplatform toegevoegd en zijn als bijlage van dit agendapunt toegevoegd.
Agenda:
DVV Westhoek vraagt om de beslissing over de goedkeuring van de agenda vóór de buitengewone algemene vergadering aan hen te bezorgen.
Het college van burgemeester en schepenen nam kennis van de agenda en keurde de agendapunten goed bij hoogdringendheid op zitting van 15 december 2025.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 40 over de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikels 388 tem 473 over de intergemeentelijke samenwerking.
De beslissing van de gemeenteraad van 23 januari 2025 over de aanstelling van An-Sofie Goderis als vertegenwoordiger en Carine Denuwelaere als plaatsvervangend vertegenwoordiger op de algemene vergaderingen van DVV Westhoek voor de legislatuur 2025-2030.
De statuten van DVV Westhoek, meer bepaald artikel 18 inzake bijeenkomsten algemene vergadering.
De gemeenteraad bekrachtigt de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 15 december 2025:
Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de agenda en beslist elk punt goed te keuren op de agenda van de bijzondere algemene vergadering op woensdag 17 december 2025 om 17.45 u. in Streekhuis Westhoek, Woumenweg 100 te Diksmuide.
De vertegenwoordiger, An-Sofie Goderis, of plaatsvervangend vertegenwoordiger, Carine Denuwelaere, is gemandateerd om de agendapunten goed te keuren.
Het college van burgemeester en schepenen is belast met de uitvoering van de hierbij genomen beslissing.
Een afschrift van de beslissing over de goedkeuring van de agendapunten bezorgen aan DVV Westhoek en dit vóór de buitengewone algemene vergadering plaatsvindt.
Het gemeentelijk belastingreglement betreffende de algemene gemeentebelasting van 28.02.2019 vervalt op 31.12.2025.
De financiële toestand van de gemeente vergt de heffing van een algemene belasting op de gezinnen die wonen in de gemeente Alveringem. Er wordt een lager tarief voorzien voor alleenstaanden en voor de gezinnen die genieten van het recht op een verhoogde tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging.
Het reglement blijft behouden mits aanpassing van de tarieven aan de actuele levensduurte. De belastingtarieven werden niet meer aangepast sinds 2014.
Voorstel belastingreglement als bijlage.
Artikelen 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, meer bepaald de artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (B.S. 19.12.2018)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Het koninklijk besluit van 16 april 1997 inzake maatregelen om het recht op een verhoogde tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging uit te breiden tot andere categorieën van rechthebbenden met toepassing van de artikelen 11,1° en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.
De wet van 3 mei 1999 over de budgettaire en diverse bepalingen.
Het koninklijk besluit van 26 mei 1999 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 augustus 1997 ter bepaling van de inkomensvoorwaarden en de voorwaarden in verband met de ingang, het behoud en de intrekking van het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, welke bedoeld zijn in artikel 37,§1 van de wet over de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement betreffende het 'vaststellen algemene gemeentebelasting', zoals in bijlage, goed.
Het belastingreglement als bijlage van dit agendapunt maakt integraal deel uit van dit besluit.
De financiële toestand van de gemeente.
Artikelen 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet.
Artikelen 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, meer bepaald de artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
De gemeenteraad keurt de aanvullende personenbelasting goed als volgt:
Artikel 1
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die in de gemeente belastbaar zijn op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2
De belasting wordt vastgesteld op 8 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Artikel 3
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, overeenkomstig de bepalingen vervat in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Artikel 4
Dit besluit treedt heden in werking.
De financiële toestand van de gemeente.
Artikelen 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet.
Artikel 464/1, 1° van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992.
Artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, meer bepaald de artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden er 1.417 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing gevestigd.
De vestiging en inning van de gemeentelijke opcentiemen te laten gebeuren door de Vlaamse Belastingdienst.
De gemeenteraad keurde op 27.11.2025 de gewijzigde tarieven goed voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten en - documenten vanaf 1 januari 2026.
Gezien het reglement waar deze tarieven in vermeld staan een einde kent op 31 december 2025, moet naast de goedkeuring van de tarieven ook een goedkeuring gebeuren van het volledige reglement voor de periode 2026-2031.
Voorstel om hierbij ook de prijs voor kopieën te herzien:
Art. 3.6. voor het nemen van kopieën op de gemeentelijke diensten of voor het afleveren van kopieën van administratieve stukken door de gemeentelijke diensten:
De prijs per kopie wordt verdubbeld indien dubbelzijdig gekopieerd wordt.
Art. 3.7. voor de afgifte van kopieën van akten gebruikt voor stamboomopzoekingen:
De prijs per kopie wordt verdubbeld indien dubbelzijdig gekopieerd wordt.
Het besluit van de gemeenteraad van 28 november 2019 over de vaststelling van belasting op de afgifte van administratieve documenten en op administratieve verrichtingen.
Ministerieel besluit van 20 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten voor Belgen, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar, de elektronische kaarten en elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemde onderdanen en de biometrische kaarten en biometrische verblijfstitels, afgeleverd aan vreemde onderdanen van derde landen.
Het besluit van de gemeenteraad van 27 november 2025 over de wijziging van de tarieven voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten en -documenten vanaf 1 januari 2026.
De gemeenteraad keurt het reglement belasting op de afgifte van administratieve documenten en op administratieve verrichtingen, toegevoegd als bijlage, goed.
Het reglement als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit.
Het reglement begraafplaatsen werd door de gemeenteraad goedgekeurd op 20 juni 2024.
De tarieven werden echter niet meer vernieuwd sinds 2014. De dienst stelt voor om nieuwe tarieven aan het reglement toe te voegen.
Voorstel om vanaf 1 januari 2026 onderstaande tarieven te hanteren:
Het tarief voor een grafconcessie is zowel voor een kist als voor een urne:
De prijs van de grafkelder is niet inbegrepen en bedraagt:
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
Het gemeenteraadsbesluit van 22 februari 2007, en latere wijzigingen, over het vaststellen van een gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen.
Het gemeenteraadsbesluit van 27 oktober 2014 over het vaststellen van het tarief voor een grafconcessie.
Het gemeenteraadsbesluit van 27 oktober 2014 over de verkoopprijs van diverse grafkelders op de gemeentelijke begraafplaatsen.
Decreet van 9 februari 2024 tot wijziging van het Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, het decreet van 12 juli 2013 houdende toekenning van subsidies voor gebouwen van de eredienst, gebouwen voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en crematoria en het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen, toegevoegd als bijlage, goed.
Het reglement als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit en is van kracht vanaf 1 januari 2026.
Dit besluit heft de gemeenteraadsbesluiten van 27 oktober 2014, over het vaststellen van het tarief voor een grafconcessie en over de verkoopprijs van diverse grafkelders op de gemeentelijke begraafplaatsen, op.
De dienst mens maakte een retributiereglement op voor de activiteiten die georganiseerd worden door het lokaal bestuur Alveringem.
Onderstaande activiteiten worden in het reglement vermeld:
Reglement als bijlage.
Art.12 van het gebruiksreglement voor de kerk in Oeren, als vastgesteld in de gemeenteraad van 22 december 2009.
De gemeenteraad keurt het retributiereglement voor activiteiten georganiseerd door het lokaal bestuur Alveringem, toegevoegd als bijlage, goed.
Het reglement als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit en is van kracht vanaf 1 januari 2026.
Dit reglement heft art.12 van het gebruiksreglement voor de kerk in Oeren, zoals vastgesteld op 22 december 2009, op.
De gemeenteraad keurde in zitting van 25 januari 2024 het reglement 'Ingebruikname vastgoedinformatieplatform en vernieuwing retributiereglement vastgoedinformatie' goed.
Het bedrag van de retributie werd toen vastgelegd op € 50 per aanvraag, dit is laag in vergelijking met andere gemeentes.
Gezien de tijd dit in beslag neemt voor de opmaak en samenstelling, en rekening houdende met de gangbare prijzen van andere gemeentes, wordt voorgesteld het bedrag van de retributie op te trekken tot € 100 per aanvraag.
Bijlagen:
Artikel 173 van de Grondwet.
Artikel 40§3 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform.
Artikels 5.2.1, 5.2.5, 5.2.6 en 5.2.7 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.
Gemeenteraadsbesluit van 25 januari 2024 over de ingebruikname vastgoedinformatieplatform en vernieuwing retributiereglement vastgoedinformatie.
De gemeenteraad keurt het reglement 'Gebruik vastgoedinformatieplatform en retributiereglement vastgoedinformatie', toegevoegd als bijlage, goed.
Het reglement als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit en is van kracht vanaf 1 januari 2026.
Dit reglement heft het gemeenteraadsbesluit van 25 januari 2024, over de ingebruikname vastgoedinformatieplatform en vernieuwing retributiereglement vastgoedinformatie, op.
De financiële toestand van de gemeente vergt de heffing van belastingen.
Het is gerechtvaardigd om in de vorm van een gemeentebelasting een bijdrage te vragen voor de gemeentelijke inzet van middelen bij de behandeling van vergunningsaanvragen en meldingen in het kader van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
De belasting op aanvragen voor een omgevingsvergunning zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 28.02.2019 loopt op z'n einde op 31.12.2025.
Voorstel om het huidige belastingreglement te behouden mits volgende aanpassingen:
Voorstel belastingreglement als bijlage.
Artikel170 § 4 van de Grondwet.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, meer bepaald de artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Het Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en haar bijlagen.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement betreffende 'vaststellen belasting op aanvragen voor een omgevingsvergunning', toegevoegd als bijlage, goed.
Het belastingreglement als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit.
De financiële toestand van de gemeente vergt de heffing van belastingen.
Het is wenselijk om realiseerbare onbebouwde kavels te activeren in de gemeente. De invoering van een activeringsheffing laat de gemeente toe om de eigenaars van die kavels daartoe aan te sporen.
De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Belastingreglement als bijlage.
Decreet betreffende het grond- en pandenbeleid.
Decreet houdende de Vlaamse Wooncode.
Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 170, § 4, Grondwet.
Artikel 40, § 3, decreet Lokaal Bestuur.
Omzendbrief van 10.06.2011 van de Vlaamse Overheid, Afdeling Lokale en Provinciale Besturen – Financiën en Personeel te Brussel betreffende coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit (omzendbrief BB-2011/01).
De gemeenteraad keurt het belastingreglement betreffende de activeringsheffing op de niet-bebouwde percelen in een niet-vervallen verkaveling, toegevoegd als bijlage, goed.
Het reglement als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit en is van kracht vanaf 1 januari 2026.
In navolging van het lokaal woonoverleg van 7 oktober 2025 werd het reglement 'belasting op de leegstand van woningen' nagezien.
De dienst omgeving paste het reglement aan met onderstaande wijzigingen:
Aanvullend wordt onderstaande in het reglement aangepast op aangeven van het agentschap binnenlands bestuur:
Aangepast reglement als bijlage.
Artikel 170, § 4, Grondwet.
Artikel 40, § 3, decreet lokaal bestuur
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en later wijzigingen.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Artikel 2 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
Artikel 2.2.6 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, hierna genoemd "Decreet Grond- en Pandenbeleid", met latere wijzigingen.
De gemeenteraad keurt het reglement 'belasting op de leegstand van woningen', toegevoegd als bijlage, goed.
Het reglement als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit.
De gemeente beschikt over een register tweede verblijven.
In het register tweede verblijven zijn de woningen opgenomen waarvan er wordt uitgegaan dat deze op een regelmatige basis bewoond worden en wordt er geen domicilie op gevestigd.
Tot op heden volstond een mail naar de gemeentelijke diensten om de woning te laten opnemen in het register van tweede verblijven. Om de opnames in het register tweede verblijven meer te kunnen staven en om eventuele misbruiken met het leegstandsregister te vermijden stelde de dienst omgeving een reglement op.
Dit reglement werd op 15 december 2025 voor akkoord voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.
Reglement als bijlage.
Artikel 170 §4 en 173 van de Grondwet
Artikel 40, 41 en 286 decreet lokaal bestuur
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen zoals tot op heden gewijzigd.
De gemeenteraad keurt het reglement met betrekking tot de opname van een eigendom in het register van tweede verblijven en de belasting op tweede verblijven, toegevoegd als bijlage, goed.
Het reglement als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit en is van kracht vanaf 1 januari 2026.
De belasting op ophalen van grof huisvuil werd op de gemeenteraad van 28.02.2019 vastgelegd voor de aanslagjaren 2019-2025.
Voor de nieuwe periode 2026-2031 wordt een uitgebreider reglement opgemaakt, waar ook de voorwaarden, procedure, vrijstellingen etc. in opgenomen worden.
De belangrijkste punten:
Voorstel reglement als bijlage.
Artikel 173, Grondwet.
Artikel 40, § 3, decreet lokaal bestuur.
Het decreet van 2 juli 1981 over de voorkoming en het beheer van afvalstoffen, gewijzigd bij decreet van 20 april 1994, in het bijzonder artikel 15.
Het besluit van de Vlaamse regering van 17 december 1997 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en –beheer (VLAREA).
Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 tot vaststelling van het uitvoeringsplan huishoudelijke afvalstoffen 2008.
De gemeenteraad keurt het reglement 'Ophaling grof huisvuil', toegevoegd als bijlage, goed.
Het reglement als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit en is van kracht vanaf 1 januari 2026.
De gemeenteraad keurde in zitting van 28 februari 2019 het reglement belasting ophaling groenafval goed.
Deze belasting werd geheven op de aanslagjaren 2019-2025, waardoor een herziening nodig is.
Voorstel om het bedrag van de belasting aan te passen naar € 50 per kubieke meter groenafval, met een minimum van € 50 per begonnen kubieke meter.
Aangepast reglement als bijlage.
Gemeenteraadsbesluit van 28 februari 2019 over het vaststellen van de belasting op de ophaling van groenafval.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement betreffende de ophaling van groenafval, toegevoegd als bijlage, goed.
Het reglement als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit en is van kracht vanaf 1 januari 2026.
De Raad van Bestuur van IVVO adviseert haar gemeentevennoten om de tarieven van het niet-recycleerbaar restafval (inclusief grofvuil) en gft-afval te uniformiseren naar 1 tarief per afvalfractie zodat elke burger als inwoner of 2de verblijver eenzelfde aanrekening krijgt, ongeacht in welke IVVO-gemeente de dienstverlening geldt.
De kustgemeenten wensen gezamenlijk een apart gelijkgesteld tarief in te voeren, rekening houdend met de problematiek ophaling in eigen beheer en het stimuleren van het gebruik van de brengpunten.
De hoeveelheid restafval moet verder dalen naar 90 kg/inw voor de niet-kustgemeenten door hogere sorteerinspanningen tegen 2030 conform het Lokaal Materialenplan 2023-2030. Gewichtsdiftar zorgt voor een juiste, eerlijke aanrekening van de exacte hoeveelheid aangeboden afval. Dit levert het beste middel voor de hantering van het principe ‘De vervuiler betaalt’.
De verwerkingskost van restafval (huisvuil en grofvuil) stijgt jaarlijks en zal de komende jaren nog stijgen. Enerzijds door een verdubbeling van de milieuheffing door de OVAM vanaf 01.01.2026. Het is aangewezen deze verhoging door te rekenen via het restafval zodat nog meer burgers worden gestimuleerd om beter te sorteren.
De impact van de invoering van ETS (Emissie Trading System) op afvalverbranding vanaf 2027 door Europa werd nog niet in rekening gebracht, maar zal een impact hebben op de verwerkingskosten van restafval.
Gft-afval en andere recycleerbare fracties dienen maximaal gesorteerd te worden. Daarom wordt de bijdrage van de burger voor de ophaling en verwerking van gft-afval expliciet laag gehouden. Het goed sorteren van keukenafval (=zwaarste afvalfractie) uit het restafval levert elke burger een aanzienlijke besparing op van 0,28 €/kg (0,35 €/kg – 0,07 €/kg).
VVSG/Interafval adviseert een minimale kostendekkingsgraad van 75% na te streven. Het saldo van de ophaal- en verwerkingskosten wordt gedragen door te gemeente. Ook de beheersvergoeding omvattende de aankoop van de containers en chips, de ident- en weegapparatuur voor de ophaalwagens, de diftar nazorg en de backoffice klantendienst wordt niet doorgerekend aan de burger maar gefinancierd met de algemene gemeentebelasting.
Op basis van een kosten-batenanalyse bij alle gemeenten van de ophaling- en verwerkingskosten van rest- en gft-afval versus de bijdrage van de burger via de contantbelasting stelt IVVO om de contantbelasting bij haar 9 niet-kustgemeenten te uniformiseren als volgt:
Het college van burgemeester en schepenen ging op 22.09.2025 akkoord met bovenvermelde tarieven en de jaarlijkse indexering ervan. Deze werden verwerkt in het reglement.
Reglement, gebaseerd op modelreglement IVVO, als bijlage.
Art. 41, 162, 170, §4 en 173 van de Grondwet
Art. 2, 40, 41, 177, 279, 286-288 en 326 van het decreet Lokaal bestuur dd. 22 december 2017
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 dd. 15 februari 2019 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding inzake gemeentefiscaliteit
Het decreet van 23 december 2011 betreffende duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (het Materialendecreet genoemd) dat het duurzaam materialenbeheer in Vlaanderen regelt. Meer in het bijzonder is dit decreet de juridische grond op basis waarvan de gemeenten instaan voor de organisatie van de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval dat ontstaat op hun grondgebied. Artikel 26 van dat decreet laat toe dat de gemeente een intergemeentelijk samenwerkingsverband (in casu IVVO) machtigt de door de gemeente goedgekeurde belastingen voor het beheer van huishoudelijk afval te innen in opdracht van die gemeente. Dergelijke machtiging levert voor de gemeente een administratieve vereenvoudiging op.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA genoemd). Het legt de gemeenten op om rekening te houden met diverse kosten bij het bepalen van de gemeentelijke afvalbelastingen en de voorwaarden van de bijdrage in de kosten van huishoudelijk afvalbeheer. Tevens wordt een minimale en maximale tarifering voor bepaalde afvalfracties vastgelegd in bijlage 5 van Vlarema.
Het Uitvoeringsplan voor huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval 2023-2030 (Lokaal Materialenplan) goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 2 mei 2023 en latere wijzigingen
Het Ministerieel Besluit tot toekenning van een subsidie aan IVVO voor een project in het kader van het asbestafbouwbeleid dd. 3 december 2020
Het gemeentelijk politiereglement.
De door de gemeente verleende beheersoverdracht aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband IVVO wiens raad van bestuur voorstelt om de gemeentelijke contantbelasting reglementen te uniformiseren en vereenvoudigen.
Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 22 september 2025 over het standpunt over IVVO - contantbelastingen.
De gemeenteraad keurt het reglement 'contantbelasting op het inzamelen aan huis, het verwijderen en verwerken van restafval, gft-afval, pmd-afval en gebonden asbest 2026-2031', toegevoegd als bijlage, goed.
Het reglement als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit en is van kracht vanaf 1 januari 2026.
De Raad van Bestuur van IVVO adviseert haar gemeenten om de tarieven van de betalende afvalfracties op RP op elkaar af te stemmen. Door uniformisering van de tarieven wordt het in de toekomst mogelijk om parkoverschrijdend te werken. Hierdoor zou elke IVVO-burger op elk RP terecht kunnen.
De hoeveelheid restafval moet verder dalen door hogere sorteerinspanningen conform het Lokaal Materialenplan 2023-2030. Gewichtsdiftar zorgt voor een juiste, eerlijke aanrekening van de exacte hoeveelheid aangeboden afval. Dit levert het beste middel voor de hantering van het principe ‘De vervuiler betaalt’. Een aanrekening per kg stimuleert elke burger om beter te sorteren waardoor goede sorteerders financieel worden beloond.
De verwerkingskost van restafval (huisvuil en grofvuil) stijgt jaarlijks en zal de komende jaren nog stijgen. Enerzijds door een verdubbeling van de milieuheffing door de OVAM vanaf 01.01.2026. Het is aangewezen deze verhoging door te rekenen via het restafval zodat nog meer burgers worden gestimuleerd om beter te sorteren.
De impact van de invoering van ETS (Emissie Trading System) op afvalverbranding vanaf 2027 door Europa werd nog niet in rekening gebracht, maar zal een impact hebben op de verwerkingskosten van restafval.
Grofvuil moet maximaal vermeden worden door hergebruik of maximaal gerecycleerd door het scheiden van de fracties (waaronder houtafval, metalen onderdelen,…) voor selectieve inzameling. Deze principes worden gestimuleerd door het toepassen van gewichtsdiftar op grofvuil volgens het principe ‘De vervuiler betaalt’ (cfr restafval hah). Aanrekening van grofvuil vanaf de 1ste kg is verplicht voor OVAM. Een tegemoetkoming van de gemeente is niet mogelijk voor grofvuil.
Het tarief voor grofvuil aangeboden op het recyclagepark is gelijk aan het tarief voor restafval opgehaald aan huis via de restafvalcontainer. Zo zorgen we ervoor dat er geen verschuiving is van restafval richting recyclagepark.
Het college van burgemeester en schepenen ging op 22.09.2025 akkoord met de tarieven contantbelasting en de jaarlijkse indexering ervan. Deze werden verwerkt in het reglement.
Reglement, gebaseerd op modelreglement IVVO, als bijlage.
Art. 170, §4 van de Grondwet.
Art. 2, 40, 41 en 286 van het decreet Lokaal bestuur dd. 22 december 2017.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 dd. 15 februari 2019 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding inzake gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 23 december 2011 betreffende duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (het Materialendecreet genoemd) dat het duurzaam materialenbeheer in Vlaanderen regelt. Meer in het bijzonder is dit decreet de juridische grond op basis waarvan de gemeenten instaan voor de organisatie van de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval dat ontstaat op hun grondgebied. Artikel 26 van dat decreet laat toe dat de gemeente een intergemeentelijk samenwerkingsverband (in casu IVVO) machtigt de door de gemeente goedgekeurde belastingen voor het beheer van huishoudelijk afval te innen in opdracht van die gemeente. Dergelijke machtiging levert voor de gemeente een administratieve vereenvoudiging op.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA genoemd). Het legt de gemeenten op om rekening te houden met diverse kosten bij het bepalen van de gemeentelijke afvalbelastingen en de voorwaarden van de bijdrage in de kosten van huishoudelijk afvalbeheer. Tevens wordt een minimale en maximale tarifering voor bepaalde afvalfracties vastgelegd in bijlage 5 van Vlarema die jaarlijks geïndexeerd worden.
Het Uitvoeringsplan voor huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval 2023-2030 (Lokaal Materialenplan) goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 2 mei 2023 en latere wijzigingen.
De door de gemeente verleende beheersoverdracht aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband IVVO wiens raad van bestuur voorstelt om de gemeentelijke contantbelasting reglementen te uniformiseren en vereenvoudigen.
Gemeenteraadsbesluit van 24 november 2022 over IVVO - contantbelasting op het inzamelen, verwijderen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen op het recyclagepark - reglement 2023-2025.
Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 22 september 2025 over het standpunt over IVVO - contantbelastingen.
De gemeenteraad keurt het reglement 'contantbelasting op het inzamelen, verwijderen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen op het recyclagepark Vleteren - reglement 2026-2031', toegevoegd als bijlage, goed.
Het reglement als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit en is van kracht vanaf 1 januari 2026.
Het reglement over de vaststelling van de belasting op de ambulante handel op het openbaar domein, goedgekeurd door de gemeenteraad op 29 juli 2021, heeft een termijn eindigend op 31 december 2025.
De vermelde termijn dient aangepast en loopt van 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2031.
Reglement met aangepaste termijn als bijlage.
Artikel 170, § 4, Grondwet.
Artikel 40, § 3, decreet Lokaal Bestuur.
Het decreet van 30 mei 2008 over de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Wet van 25 juni 1993 over de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten.
Koninklijk Besluit van 24 september 2006 over de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten.
Omzendbrief van 10.06.2011 van de Vlaamse overheid, afdeling lokale en provinciale besturen – financiën en personeel te Brussel over de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit (omzendbrief BB-2011/01).
Gemeenteraadsbesluit van 29 juli 2021 over de vaststelling van een belasting op de ambulante handel op het openbaar domein.
De gemeenteraad keurt het reglement vaststellen belasting op de ambulante handel op het openbaar domein, toegevoegd als bijlage, goed.
Het reglement als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit en is van kracht vanaf 1 januari 2026.
Op 20 juni 2024 gaf de gemeenteraad goedkeuring over het gemeentelijk reglement met betrekking tot het uitvoeren van ambulante activiteiten op het openbaar domein.
Het gemeentelijk reglement is een aanvulling op het koninklijke besluit betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten.
Het laatste artikel van het reglement vermeldt het huidig geldend tarief van € 10 en de verwijzing naar het reglement belasting op de ambulante handel op het openbaar domein. Het is echter aangeraden deze dubbele verwijzing te vermijden en enkel te verwijzen naar het reglement belasting op de ambulante handel op het openbaar domein.
Voorstel om deze wijziging door te voeren en artikel 14 te vervangen door 'Het reglement belasting op de ambulante handel op het openbaar domein is van toepassing.'.
Gewijzigd reglement als bijlage.
Wet van 25 juni 1993 en latere wijzigingen.
KB van 24 september 2006 en latere wijzigingen.
Gemeenteraadsbesluit van 20 juni 2024 over het gemeentelijk reglement met betrekking tot het uitvoeren van ambulante activiteiten op het openbaar domein.
De gemeenteraad keurt het reglement met betrekking tot het uitvoeren van ambulante activiteiten op het openbaar domein, toegevoegd als bijlage, goed.
Het reglement als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit.
Dit besluit heft het gemeenteraadsbesluit van 20 juni 2024, over het gemeentelijk reglement met betrekking tot het uitvoeren van ambulante activiteiten op het openbaar domein, op.
Om kamperen op het grondgebied Alveringem op een veilige, ordentelijke en milieubewuste manier te laten plaatsvinden, worden de basisprincipes bepaald en in een reglement opgenomen.
Het reglement is van toepassing voor tijdelijke kampeeractiviteiten in open lucht, buiten de erkende campings, bv. een zomerkamp van een jeugdbeweging.
Het is niet van toepassing op vergunde campings of toeristische logies, noch op korte bivakken.
Voorstel reglement als bijlage.
De gemeenteraad keurt het reglement tijdelijke campings, toegevoegd als bijlage, goed.
Het reglement als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit en is van kracht vanaf 1 januari 2026.
Dhondt - Dewicke CommV, Stavelestraat 5, 8691 Alveringem heeft een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het veranderen van de varkenshouderij door het bouwen van een vleesvarkensstal met laadkade en biologische luchtwasser, regulariseren zeugenstal, vervangen van luchtwassers, slopen 2 varkensstallen, bouwen spuiwater- en proceskelder, aanleggen van verhardingen, aanleggen infiltratievoorziening, plaatsen voedersilo's, gedeeltelijk dempen gracht en verleggen van een buurtweg.
Nabij het landbouwbedrijf ligt voetweg 18. De voetweg staat ingeschreven in de atlas der buurtwegen.
De voetweg ligt op de plaats waar de nieuwe varkensstal komt te staan. Om deze reden is het wenselijk om de voetweg te verleggen.
Bij de aanvraag hoort een grafisch plan waarin de te verplaatsen rooilijn werd opgenomen, de kadastrale vermelding van de sectie, de nummers en de oppervlakte van de aanpalende kadastrale percelen en onroerende goederen en de naam van de eigenaars van de aanpalende kadastrale percelen en onroerende goederen.
Het verleggen van de voetweg heeft geen impact op de omgeving. Het nieuwe traject komt op hetzelfde neer als het bestaande traject. Het verleggen van de buurtweg heeft ook geen impact op de goede ruimtelijke ordening. Het bestaande traject loopt over een akker. Het nieuwe traject zal over diezelfde akker lopen. Er is dus bijna geen verschil tussen het bestaande en het nieuwe traject. Zowel de af te schaffen als de nieuwe voetweg zullen een breedte hebben van 1,5 meter. Dit blijkt ook uit de toegevoegde plannen.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden van 21 november 2025 tot en met 20 december 2025. Alle betrokken eigenaars werden via een aangetekend schrijven op de hoogte gebracht. Er werden geen bezwaren ingediend.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Het decreet van 25 april 2014 over de omgevingsvergunning.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen.
De gemeenteraad verleent een gunstig advies aan de aanvraag tot verleggen van voetweg 18.
Het leegstandsregister werd tot nu aangemaakt op basis van een reglement van 25 maart 2010. Dit reglement werd door de dienst omgeving nagezien en op basis van het lokaal woonoverleg van 7 oktober 2025 werd hieraan een wijziging toegevoegd.
Art. 6 wordt aangevuld met:
De zakelijk gerechtigde wordt op de hoogte gebracht van de samenwerkingsmodaliteiten met de sociale huisvestingsmaatschappij IJzer en Zee.
Reglement als bijlage.
Het decreet lokaal bestuur.
Het gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2010 over het vaststellen van een reglement voor de opmaak van het leegstandregister.
De gemeenteraad keurt het reglement over de opmaak van het leegstandsregister, toegevoegd als bijlage, goed.
Het reglement als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit en is van kracht vanaf 1 januari 2026.
Dit reglement heft het gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2010 over de opmaak van het leegstandsregister, op.
In zitting van 18 december 2024 werd het reglement voor de inname van het openbaar domein goedgekeurd, gezien de komst van het nieuwe aanvraagplatform Eaglebe.
Na een jaar werd deze werking geëvalueerd en zijn enkele wijzigingen aan de orde:
Dienst omgeving stelde daarom het volgende voor:
De vierkante meters worden exact bepaald door de aanvrager in Eaglebe (systeem geeft m² weer bij intekenen van de zone)
Bij verlenging van een vergunning wordt de eerste periode meegeteld in de 7 kalenderdagen (om te vermijden dat iemand telkens een vergunning van 7 kalenderdagen aanvraagt).
Aangepast reglement als bijlage.
Het decreet lokaal bestuur.
Het reglement voor de inname van het openbaar domein, goedgekeurd door de gemeenteraad op 18.12.2024.
De gemeenteraad keurt het reglement voor de inname van het openbaar domein, toegevoegd als bijlage, goed.
Het reglement als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit en treedt in werking op 1 januari 2026.
Dit reglement heft het reglement voor de inname van het openbaar domein, goedgekeurd door de gemeenteraad op 18.12.2024, op.
Mededelingen:
Mededelingen door het college van burgemeester en schepenen.
Mondelinge vragen:
Mondelinge vragen van de gemeenteraadsleden.
Artikel 31 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur:
De gemeenteraadsleden hebben het recht aan de burgemeester en aan het college van burgemeester en schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen.
Voor het stellen van een vraag als vermeld in het eerste lid, is geen toegelicht voorstel van beslissing vereist.
Artikel 11 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad.
De gemeenteraad neemt kennis van de mededelingen, de vragen en antwoorden.
Namens gemeenteraad,
Tine Vandenbroucke
algemeen directeur wn.
Andries Callebert
voorzitter gemeenteraad