Voor de uitgaande schuldvorderingen en facturen van de gemeente is het aangewezen om eenvormige en duidelijke factuurvoorwaarden en invorderingsmodaliteiten op te stellen. De financieel directeur wordt vaak geconfronteerd met debiteuren die niet of laattijdig betalen. Het is aangewezen om de kost van aangetekende herinneringen te verhalen op de debiteuren.
Gezien de financieel directeur in sommige omstandigheden moet overgaan tot het uitvoerend beslag op onroerende goederen van de debiteur, wordt voorgesteld om deze kosten ook te verhalen op de debiteur. Het bedrag van de retributie staat in verhouding tot de reële kosten die met dergelijke procedure gepaard gaan.
Artikel 173, Grondwet.
Artikel 40, §3, artikel 177, 2°, decreet Lokaal Bestuur.
Met ingang van 01.01.2023 wordt het huidige reglement op de invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten opgeheven.
Met ingang van 01.01.2023 wordt het reglement op de invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten als volgt vastgesteld:
Artikel 1
Elke niet-fiscale schuldvordering of factuur van de gemeente is betaalbaar binnen 30 dagen volgend op de datum van de schuldvordering/factuur. Klachten of bezwaren moeten voldoende gemotiveerd binnen een termijn van 30 dagen volgend op de factuurdatum worden gericht aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 2
Na verloop van de betalingstermijn van 30 dagen wordt een eerste kosteloze herinnering voor de onbetwiste, openstaande niet-fiscale vordering per gewone brief of elektronische drager verzonden. De vervaldag wordt verhoogd met 14 dagen vanaf de verzending van de herinnering.
Artikel 3
Indien na de eerste herinnering de niet-fiscale vordering nog steeds niet betaald is, wordt een tweede herinnering per aangetekende brief of beveiligde elektronische drager verzonden. Met deze herinnering wordt een invorderingskost van € 10 aangerekend. De vervaldag wordt verhoogd met 7 dagen vanaf de verzending van de herinnering.
Artikel 4
Indien na de tweede herinnering de niet-fiscale vordering nog steeds niet betaald is, wordt de onbetwiste, opeisbare niet-fiscale schuldvordering ingevorderd overeenkomstig artikel 177, 2° van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 5
Na verloop van de wettelijke betalingstermijn van een fiscale vordering wordt een eerste kosteloze herinnering per gewone brief of elektronische drager verzonden. De vervaldag wordt verhoogd met 15 dagen vanaf de verzending van de herinnering.
Artikel 6
Indien na de eerste herinnering de fiscale vordering nog steeds niet betaald is, wordt een tweede herinnering per aangetekende brief of beveiligde elektronische drager verzonden. Met deze herinnering wordt een invorderingskost van € 10 aangerekend. Na het verstrijken van een termijn van één maand te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de tweede herinneringsbrief kan de financieel directeur overgaan tot middelen van tenuitvoerlegging.
Artikel 7
De financieel directeur wordt gemachtigd om de invorderingskost van de aangetekende herinnering kwijt te schelden als de hoofdsom betaald is.
Artikel 8
Indien de financieel directeur beslist om over te gaan tot het uitvoerend beslag op onroerende goederen worden volgende kosten aangerekend aan de debiteur van zowel fiscale als niet-fiscale vorderingen: