Terug
Gepubliceerd op 09/08/2021

Besluit  gemeenteraad

do 29/07/2021 - 20:00

Belasting op de ambulante handel op het openbaar domein - wijziging

Voorwerp en motivering

Naar aanleiding van de gemeenteraadsbeslissing van heden over de stopzetting van de markt, is een aanpassing noodzakelijk aan het belastingreglement op de ambulante handel op het openbaar domein.

In artikel 3 en 5 worden de verwijzingen naar de markt geschrapt.

Regelgeving

Artikel 170, § 4, Grondwet.

Artikel 40, § 3, decreet Lokaal Bestuur.

Het decreet van 30 mei 2008 over de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Wet van 25 juni 1993 over de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten.

Koninklijk Besluit van 24 september 2006 over de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten.

Omzendbrief van 10.06.2011 van de Vlaamse overheid, afdeling lokale en provinciale besturen – financiën en personeel te Brussel over de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit (omzendbrief BB-2011/01).

Gemeenteraadsbesluit van 28 februari 2019 over de vaststelling van een belasting op de ambulante handel op het openbaar domein.

Besluit

De gemeenteraad stelt het belastingreglement als volgt vast:

Artikel 1

Er wordt voor een termijn eindigend op 31 december 2025, een gemeentebelasting gevestigd op het gebruik van het openbaar domein voor ambulante handel, tenzij die ingebruikname het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst.

Artikel 2

De belasting is verschuldigd door de gebruiker van het openbaar domein.

Artikel 3

De belasting bedraagt een forfaitair bedrag van € 10 per dag.

Artikel 4

Verenigingen zonder commerciële doeleinden zijn vrijgesteld van deze belasting.

Artikel 5

De standhouders betalen via overschrijving op de bankrekening die de financieel directeur aanduidt. Er is geen overdracht of terugbetaling mogelijk.

Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.

Artikel 6

De belastingschuldige kan tegen deze belasting een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn.

Het bezwaarschrift kan via een duurzame drager worden ingediend indien het college van burgemeester en schepenen in deze mogelijkheid voorziet.

De indiening van het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van de contante inning van de belasting of, indien de belasting werd ingekohierd, binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.

Artikel 7

Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en artikel 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van dat wetboek van toepassing, voor zover ze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.