Terug
Gepubliceerd op 07/03/2023

Besluit  vast bureau

ma 06/03/2023 - 20:00

Wijziging rechtspositieregeling

Voorwerp en motivering

Gelet op een aantal wettelijke wijzigingen in de regelgeving, de invoering van de IFIC-functieclassificatie in het woonzorgcentrum en de nood om voldoende aantrekkelijk te blijven als werkgever op de arbeidsmarkt, dient de vigerende rechtspositieregeling te worden aangepast. De wijzigingen hebben betrekking op:

  • de integratie van de invoering van de IFIC-schalen in het woonzorgcentrum in de verschillende onderdelen van de RPR
  • aanpassingen aan de gewijzigde regelgeving (fietsvergoeding, verlof- en afwezigheidsregelingen)
  • onbeperkt meetellen van relevante ervaring in de privé of als zelfstandige voor de geldelijk anciënniteit.
Regelgeving

Ons besluit van 29.04.2019 houdende de goedkeuring van de RPR en alle latere wijzigingen.

Het verslag van het MAT van 02.03.2023.

Het protocol voortkomend ui de onderhandelingen met de vakorganisaties tijdens het BOC van 24 februari 2023.

Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, zijn latere wijzigingen en zijn uitvoeringsbesluiten.

De wet van 7 oktober 2022 tot gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers, en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad en tot regeling van een aantal andere aspecten op het vlak van de verloven.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 met betrekking tot de rechtspositieregeling voor lokale besturen en latere wijzigingen.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 24 september 2021 tot wijziging van artikel 136 en 209 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en artikel 99 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 28 januari 2022 tot wijziging van artikel 136 en 209 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en artikel 99 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 28 januari 2022 tot wijziging van artikel 164 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en tot wijziging van artikel 8 en 21 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021 houdende maatregelen ten gevolge van de pandemie veroorzaakt door COVID-19 en tot wijziging van de minimale voorwaarden voor de rechtspositieregeling van het personeel van de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de provincies.

Het koninklijk besluit van 7 oktober 2022 tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 oktober 1994 betreffende de omzetting van het moederschapsverlof in vaderschapsverlof bij overlijden of hospitalisatie van de moeder.

Koninklijk besluit van 7 oktober 2022 tot gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers, en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad.

Besluit

De aangepaste rechtspositieregeling, die als bijlage aan dit besluit is gehecht en er onverminderd deel van uitmaakt, wordt goedgekeurd voor wat betreft de bepalingen voor het OCMW-personeel.

Van onderhavige beslissing wordt een beknopte omschrijving opgenomen in de lijst die in het kader van het bestuurlijk toezicht en in het kader van de bekendmakingsverplichting via de webtoepassing van de gemeente wordt bekendgemaakt door de voorzitter van het vast bureau.

De voorzitter van het vast bureau maakt de inhoud van dit besluit bekend via de webtoepassing van de gemeente.