Terug
Gepubliceerd op 24/03/2023

Besluit  gemeenteraad

do 23/03/2023 - 20:00

Reglement op de invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten - wijziging

Voorwerp en motivering

Voor de uitgaande schuldvorderingen en facturen van de gemeente is het aangewezen om eenvormige en duidelijke factuurvoorwaarden en invorderingsmodaliteiten op te stellen.

Het college van burgemeester en schepenen heeft een samenwerkingsovereenkomst goedgekeurd met een externe invorderingspartner. In het voorliggende reglement worden ook de kosten van de invorderingspartner op de debiteuren verhaald.

Regelgeving

Artikel 173, Grondwet.

Artikel 40, §3, artikel 177, 2°, decreet Lokaal Bestuur.

Besluit

Met ingang van 01.04.2023 wordt het huidige reglement op de invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten opgeheven.

Met ingang van 01.04.2023 wordt het reglement op de invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten als volgt vastgesteld:

Artikel 1

Elke niet-fiscale schuldvordering of factuur van de gemeente is betaalbaar binnen 30 dagen volgend op de datum van de schuldvordering/factuur. Klachten of bezwaren moeten voldoende gemotiveerd binnen een termijn van 30 dagen volgend op de factuurdatum worden gericht aan het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 2

Na verloop van de betalingstermijn van 30 dagen wordt een eerste kosteloze herinnering voor de onbetwiste, openstaande niet-fiscale vordering per gewone brief of elektronische drager verzonden. De vervaldag wordt verhoogd met 14 dagen vanaf de verzending van de herinnering.

Artikel 3

Indien na de eerste herinnering de niet-fiscale vordering nog steeds niet betaald is, wordt een tweede herinnering per aangetekende brief of beveiligde elektronische drager verzonden. Met deze herinnering wordt een invorderingskost van € 10 aangerekend. De vervaldag wordt verhoogd met 7 dagen vanaf de verzending van de herinnering.

Artikel 4

Indien na de tweede herinnering de niet-fiscale vordering nog steeds niet betaald is, wordt het dossier overgemaakt aan een externe invorderingspartner om eerst minnelijk en vervolgens gedwongen in te vorderen overeenkomstig artikel 177, 2° van het decreet lokaal bestuur. Bij het overmaken van het dossier aan de externe invorderingspartner wordt een invorderingskost aangerekend van 10% van het openstaand bedrag, met een minimum van € 30,00 bij het doorsturen in het kader van een eerste minnelijke invordering. Wanneer er wordt overgegaan tot gedwongen invordering overeenkomstig artikel 177, 2° van het decreet lokaal bestuur, worden ook de gerechtsdeurwaarderskosten volledig teruggevorderd van de debiteur.

Artikel 5

Na verloop van de wettelijke betalingstermijn van een fiscale vordering wordt een eerste kosteloze herinnering per gewone brief of elektronische drager verzonden. De vervaldag wordt verhoogd met 15 dagen vanaf de verzending van de herinnering.

Artikel 6

Indien na de eerste herinnering de fiscale vordering nog steeds niet betaald is, wordt een tweede herinnering per aangetekende brief of beveiligde elektronische drager verzonden. Met deze herinnering wordt een invorderingskost van € 10 aangerekend.

Artikel 7

Indien na de tweede herinnering de fiscale vordering nog steeds niet betaald is, wordt het dossier overgemaakt aan een externe invorderingspartner om eerst minnelijk en vervolgens gedwongen in te vorderen. Bij het overmaken van het dossier aan de externe invorderingspartner wordt een invorderingskost aangerekend van 10% van het openstaand bedrag, met een minimum van € 30,00 bij het doorsturen in het kader van een eerste minnelijke invordering. Na het verstrijken van de wettelijke termijn kan de financieel directeur overgaan tot middelen van tenuitvoerlegging. Wanneer er wordt overgegaan tot gedwongen invordering worden ook de gerechtsdeurwaarderskosten volledig teruggevorderd van de debiteur.

Artikel 8

De financieel directeur wordt gemachtigd om de invorderingskost van de aangetekende herinnering kwijt te schelden als de hoofdsom betaald is.

Artikel 9

Indien de financieel directeur beslist om over te gaan tot het uitvoerend beslag op onroerende goederen worden volgende kosten aangerekend aan de debiteur van zowel fiscale als niet-fiscale vorderingen:

  • uitvoerend beslag op onroerend goed - bevel: € 1.750
  • uitvoerend beslag op onroerend goed - notaris: € 1.250
  • uit onverdeeldheid treden in combinatie met uitvoerend onroerend beslag: € 2.000
  • aanstelling curator onbeheerde nalatenschap: € 1.500
  • indeplaatsstelling uitvoerend onroerend beslag: € 1.000.