Gemeente en OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar stellen elk hun deel van het plan vast.
Deze meerjarenplanaanpassing 8 is een technische bijsturing van de kredieten van het lopende boekjaar (2025) om zo het beschikbaar budgettair resultaat van 2025 zo correct mogelijk te bepalen. Dit cijfer dient vervolgens als startbedrag voor het meerjarenplan 2026-2031.
Er zijn aanpassingen op de exploitatiebudgetten, investeringsbudgetten en de financieringsbudgetten ten opzichte van de vorige meerjarenplanaanpassing. De ramingen voor het jaar 2025 worden bijgestuurd.
De ramingen voor 2026 en 2027 worden niet geactualiseerd. De ramingen voor deze jaren worden correct gezet in het toekomstige meerjarenplan 2026-2031. Er mag in deze meerjarenplanaanpassing 8 dus enkel belang gehecht worden aan de kredieten van het lopende boekjaar 2025 en de daarop gebaseerde financiële toestand.
Na deze aanpassing is het meerjarenplan nog steeds financieel in evenwicht:
De meerjarenplanaanpassing omvat de strategische nota, de financiële nota en de toelichting.
De bijkomende documentatie bij het meerjarenplan kan worden geraadpleegd op www.alveringem.be/bestuur/beleidsdocumenten.
Het managementteam gaf positief advies aan het ontwerp 'meerjarenplanaanpassing 8 - 2020-2027' op 15.12.2025.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC).
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC).
Omzendbrief KBBJ/ABB 2020/3 van 18 september 2020.
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het deel van het OCMW van de aanpassing 8 van het meerjarenplan 2020-2027 en de aangepaste kredieten voor het boekjaar 2025, 2026 en 2027 vast.
Het decreet lokaal bestuur stelt dat de raad voor maatschappelijk welzijn een deontologische code aanneemt en een deontologische commissie opricht (artikel 39 via artikel 74).
Het decreet lokaal bestuur stelt dat het vast bureau dezelfde deontologische code heeft als die welke is aangenomen voor de raad voor maatschappelijk welzijn. Het vast bureau kan echter zelf een deontologische code aannemen die minstens de deontologische code zoals aangenomen door de raad voor maatschappelijk welzijn omvat (artikel 55 via artikel 83).
Deze deontologische code voor lokale mandatarissen omvat het geheel van beginselen, gedragsregels, richtlijnen en principes dat de lokale mandatarissen ondersteuning biedt bij de uitoefening van hun mandaat. De deontologische code biedt houvast en ondersteuning aan alle lokale mandatarissen op het gebied van integer handelen en bestuurlijke integriteit.
De deontologische code regelt ook de samenstelling, werking en bevoegdheid van de deontologische commissie.
Juridisch gezien zijn er minstens twee codes nodig: één voor de gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen en één voor de raad voor maatschappelijk welzijn, het vast bureau en het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Ook al worden gemeente en OCMW vanaf 2019 bestuurd door dezelfde mensen, toch blijven het twee afzonderlijke rechtspersonen waarbij de raden elk voor hun bestuur een code moeten vaststellen. De gemeenteraad kan hierbij geen vaststelling doen voor de raad voor maatschappelijk welzijn, en omgekeerd.
Als bijlage het ontwerp van deontologische code.
De inspiratie-deontologische code zoals opgesteld door de VVSG werd als leidraad gebruikt.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen en latere wijzigingen.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikels 39, 55, 74 en 83.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Beslissing van de RVMW van 28 februari 2019 over de goedkeuring van de deontologische code, gewijzigd op 25 mei 2023.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de deontologische code, toegevoegd als bijlage, goed.
De deontologische code als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit.
Deze beslissing heft alle voorgaande beslissingen omtrent het aannemen van een deontologische code op en treedt met onmiddellijke ingang in werking.
Het decreet lokaal bestuur stelt dat de raad voor maatschappelijk welzijn een deontologische code aanneemt en een deontologische commissie opricht (artikel 39 via artikel 74).
De deontologische code regelt ook de samenstelling, werking en bevoegdheid van de deontologische commissie.
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn richten elk een eigen deontologische commissie in: 1 voor de gemeenteraad en 1 voor de raad voor maatschappelijk welzijn. Deze commissie ziet er op toe dat de deontologische code nageleefd wordt door de lokale mandatarissen.
De deontologische commissie voor de gemeenteraad is bevoegd voor:
De deontologische commissie voor de raad voor maatschappelijk welzijn is bevoegd voor:
De samenstelling van de deontologische commissie van de gemeenteraad kan gelijkaardig of identiek zijn aan de samenstelling van de deontologische commissie van de raad voor maatschappelijk welzijn. Toch gaat het om 2 afzonderlijke commissies.
Voor het gemak van werken wordt voorgesteld om de samenstelling van beide deontologische commissies in Alveringem identiek te houden.
De deontologische commissie bestaat minstens uit één vertegenwoordiger per fractie in de gemeenteraad, aangevuld met de voorzitter van de gemeenteraad die toegevoegd wordt als voorzitter van de deontologische commissie.
De voorzitter van de commissie heeft geen stemrecht, behalve wanneer de commissie gelijk verdeeld is in haar oordeel. Dan heeft de voorzitter de doorslaggevende stem.
De algemeen directeur vervult de rol van secretaris van de deontologische commissie.
Aangezien er slechts twee fracties in de gemeenteraad zetelen, stelt de algemeen directeur voor om twee vertegenwoordigers per fractie af te vaardigen in de deontologische commissie. Dit is ook zo opgenomen in de deontologische code die in zitting van heden werd goedgekeurd.
Elke fractie wijst de mandaten in de commissie toe met een voordracht. Bij aanmelding van meer dan twee leden per fractie beslist de raad welke fractieleden zullen zetelen in de deontologische commissie.
Bij deze voordracht kan ook 1 (of meerdere) plaatsvervanger(s) aangeduid worden per mandaat, die het commissielid vervangt bij afwezigheid of wanneer die betrokken partij is. Commissieleden en hun vervangers zijn bij voorkeur leden van de fractie.
Worden voorgedragen als lid/plaatsvervanger van de deontologische commissie:
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen en latere wijzigingen.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikels 39 en 74.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 28 februari 2019 over de deontologische code, gewijzigd op 25 mei 2023.
Beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van heden over de hervaststelling van de deontologische code voor lokale mandatarissen.
De deontologische commissie voor de raad voor maatschappelijk welzijn wordt samengesteld als volgt:
De leden van de deontologische commissie ontvangen geen presentiegeld.
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn richten elk hun eigen deontologische commissie in.
De deontologische commissie oefent bevoegdheden uit die zijn toegekend door de deontologische code voor lokale mandatarissen, zoals vastgesteld tijdens de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van heden.
Als bijlage een huishoudelijk reglement voor de deontologische commissie, waarin de praktische afspraken over het functioneren van de commissie worden vastgelegd. Dit is van toepassing op beide deontologische commissies.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
De beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van heden over de hervaststelling van de deontologische code voor lokale mandatarissen.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het huishoudelijk reglement van de deontologische commissie, toegevoegd als bijlage, goed.
Het huishoudelijk reglement van de deontologische commissie als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit.
Op de raad voor maatschappelijk welzijn van 23 oktober 2025 werd beslist om de tarieven voor de poetsdienst aan huis te wijzigen.
De tarieven werden aangepast in het reglement en een aantal passages uit het reglement werden omgezet naar iets actievere taal.
Daarnaast werden de werkuren van de poetshulpen in het reglement iets uitgebreid zodat dit beter overeenstemt met de daadwerkelijke uurroosters van de medewerkers.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 113 over de bevoegdheden van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 26 september 2007, en latere wijzigingen, over de goedkeuring van het reglement voor de poetsdienst aan huis.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het reglement voor de poetsdienst, zoals in bijlage, goed.
Het reglement als bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit en is van kracht vanaf 1 januari 2026.
Dit reglement heft het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 26 september 2007 over de goedkeuring van het reglement voor de poetsdienst aan huis, en latere wijzigingen, op.
Mededelingen:
Mededelingen door het vast bureau.
Mondelinge vragen:
Er zijn geen mondelinge vragen van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Artikel 31 en 74 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur:
De leden van de raad voor maatschappelijk welzijn hebben het recht aan de voorzitter van het vast bureau en aan het vast bureau mondelinge en schriftelijke vragen te stellen.
Voor het stellen van een vraag als vermeld in het eerste lid, is geen toegelicht voorstel van beslissing vereist.
Artikel 11 van het huishoudelijk reglement van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de mededelingen.
Namens raad voor maatschappelijk welzijn,
Tine Vandenbroucke
algemeen directeur wn.
Andries Callebert
voorzitter OCMW-raad